NRC

De Gino’s, Nino’s, Rino’s en de arme meisjes van Napels

Het Napels waar De geniale vriendin van Elena Ferrante zich afspeelt is niet dat van het uitbundige licht en het schitterende uitzicht over zee en de Vesuvius, maar van de nauwe straatjes waar weinig zon doordringt onder het te drogen hangende wasgoed, waar kakkerlakken krioelen en kijvende vrouwenstemmen opklinken.

Het verhaal wordt verteld door Elena Greco, die terugkijkt op haar jeugd in de jaren vijftig. In de volkswijk waar ze opgroeit heeft ze een vriendin, Lila Cerullo, die haar als klein meisje al is opgevallen door haar onverschrokkenheid en formidabele intelligentie. Rivaliteit is een onvermijdelijke component van zo’n vriendschap, en daarom is het gelukkig voor Elena dat haar vriendin ‘mager als een gezouten ansjovis’ is, terwijl zijzelf als mooi, vriendelijk meisje de aandacht van de jongens trekt. Totdat de puberteit voor Elena komt met acné en een zware bril, terwijl Lila na een groeistuip de Venus van Botticelli naar de kroon steekt – voortaan is Lila in alle opzichten superieur. Het enige wat Lila’s onuitgesproken afgunst wekt is dat Elena’s ouders (met tegenzin, vanwege de kosten) hun dochter naar het gymnasium laten gaan; Lila’s ouders daarentegen zetten haar na de lagere school aan het werk in hun schoenmakerij. Dit verschil zal cruciaal blijken.

Van achter haar saaie studieboeken ziet Elena hoe haar vriendin zich op vijftienjarige leeftijd verlooft met de meest gewilde vrijgezel van de wijk – de rijkste jongeman die niet direct tot de camorra behoort – en aan zijn zijde als een Jacqueline Kennedy de show steelt. Een jaar later trouwt Lila, deze briljante schoenmakersdochter die Grieks geleerd heeft met behulp van bibliotheekboeken en schitterende brieven schrijft. Het wordt een sprookjeshuwelijk, maar wel met een kruidenier. Zij zal niet aan de wijk ontsnappen. Elena, die in alles haar mindere is, lukt dat wel. Het dieper liggende thema in dit verhaal over vriendschap en rivaliteit is dat van de metamorfose. De hoofd- en bijfiguren ondergaan opvallende uiterlijke en innerlijke veranderingen, en ook de posities die ze ten opzichte van elkaar innemen zijn onbestendig. De metamorfose hoort bij de puberteit, en als klassiek thema sluit het aan bij Elena’s gymnasiale opleiding, maar het nadeel van te veel transformaties is dat ze het verhaal vertragen. Daarnaast lopen er in die armoedige straatjes meer Gino’s, Nino’s en Rino’s rond dan artistiek gezien noodzakelijk is. Niettemin maakt Ferrante indruk met haar gedetailleerde psychologische dubbelportret en met de prikkelende evocatie van een Napolitaanse volkswijk in de jaren vijftig. Spreekt ze uit eigen ervaring? Dat is onbekend. Achter de naam Elena Ferrante verschuilt zich een anonieme auteur die terecht vindt dat zijn/haar boeken voor zichzelf kunnen spreken.

NRC Handelsblad

De vrouwen blijven de degens kruisen

Elena Ferrante Omhoog gestuwd door The New Yorker en een flinke twitterbries krijgt de Italiaanse Elena Ferrante (een pseudoniem) steeds meer aandacht. Intussen blijkt haar werk verrassend onmodieus.

Foto Thinkstock

Elena Ferrante is een fenomeen. Sinds The New Yorker in 2013 lovend was over haar romans, prijzen Amerikaanse en Engelse media haar werk de hemel in, stijgt de verkoop van haar boeken met de dag en groeit het aantal twitterberichten met de hashtag #Ferrantefever explosief. Ook hier staat Ferrante volop in de aandacht, al heeft ze de bestsellerlijsten nog niet gehaald.

Bijzonder is dat niemand weet wie er achter de naam Elena Ferrante schuil gaat. Vanaf haar eerste roman – laten we aannemen dat het om een vrouw gaat – gaf ze aan dat ze zich niet wilde lenen voor wat voor publicitaire doeleinden dan ook. Haar werk is belangrijk, niet haar persoon. Bij het verschijnen van haar eerste roman, Kwellende liefde, in 1992, liet ze haar uitgever weten dat ze vindt dat boeken, als ze eenmaal geschreven zijn, hun schrijvers niet meer nodig hebben.

Zo’n hype leidt bij de lezer, in ieder geval bij mij, tot voorzichtigheid. Waar komt dit enthousiasme ineens vandaan, wat maakt haar werk dan zo bijzonder? Vorige week verscheen De nieuwe achternaam, het tweede deel van het vierluik dat de ondertitel ‘De Napolitaanse romans’ meekreeg. Twee jaar geleden verscheen De geniale vriendin, het eerste deel, waarin de twee hoofdpersonen van de cyclus, Lila en Elena, worden geïntroduceerd. Lila is de dochter van Fernando Cerullo, een schoenmaker, Elena komt eveneens uit een gezin waar armoe troef is, haar vader is conciërge op het gemeentehuis. De Cerullo’s en de Greco’s zijn maar twee van de vele Napolitaanse families die in deel één, aan de hand van de jongste generatie, worden geportretteerd, een onontwarbare knoop van onderlinge rivaliteit, jaloezie, verliefdheid, geweld en zakelijke belangen. Op de eerste pagina’s lezen we hoe het hele vierluik tot stand is gekomen: Lila is op zesenzestigjarige leeftijd spoorloos verdwenen en heeft alle voorwerpen die aan haar leven herinneren, laten verdwijnen, zelfs van de foto’s waarop ze stond heeft zichzelf afgeknipt. Uit woede begint Elena, wier leven van a tot z met haar verbonden is, hun beider geschiedenis op te schrijven, ‘alles wat ik me ervan herinner, tot in de details’.

Ook deel twee begint met een literaire verdwijntruc. In 1966 krijgt de vertelster, Elena, van haar vriendin, ‘een erg opgewonden Lila’, een metalen doos met acht schriften. Ze kan ze niet langer in haar eigen huis bewaren uit angst dat haar man ze vindt. Haar vriendin moet zweren dat ze de doos nooit zal openmaken. ‘Maar ik zat nog niet in de trein of ik maakte het touw los, haalde de schriften tevoorschijn en begon te lezen’. De schriften bevatten Lila’s leven, een portret van haar vrienden, haar man, haar lerares, ‘alles met onbarmhartige precisie beschreven’. Elena raakt erdoor bezeten, net zoals ze altijd door Lila zelf geobsedeerd was. Haar verhaal brengt haar in vervoering, ze kan niet ophouden erin te lezen, zelfs al wordt ze gekwetst door wat Lila over haar heeft opgeschreven. Op een dag zet ze de doos met schriften op de brugleuning van de Solferinobrug en duwt hem in de rivier, ‘bijna alsof zij, Lila zelf, daar in levenden lijve naar beneden stortte met haar gedachten, haar woorden, met het venijn waarmee ze iedereen altijd lik op stuk gaf’. Het is, net als bij deel één, een ongelooflijk intrigerend begin, waarna de vertelster de draad oppakt waar deel één was geëindigd: bij het huwelijk van Lila, voorbode van ellende.

Ferrantes verhaal – dat dichtbij de auteur zelf moet staan, zo gedetailleerd en eerlijk is het – is onbarmhartig als het leven zelf. Lila en Elena komen uit dezelfde arme wijk, koesteren dezelfde droom die te verlaten en een beter leven op te bouwen. De eerste is één brok passie, ze trouwt maar wil zich niet laten ringeloren door haar hardhandige man die, Napolitaans patriarch als hij is, vindt dat ze hem in alles moet gehoorzamen. De ander, geslotener van aard, gaat voor de studie, tegen alle obstakels en vooroordelen in. De vrouwen blijven de degens kruisen, zijn elkaars bittere rivalen en tegelijkertijd is er niemand die de ander beter begrijpt. Hun keuzes moeten ze bevechten, rauw en ruw als Ferrantes literaire stijl, tegen de stroom in, in de worstfabriek, het echtelijk bed of op het internaat.

Wellicht schuilt hierin haar verleiding en succes: met haar vierluik gaat Ferrante recht in tegen de ‘kosmopolitische’ trend van de hedendaagse wereldliteratuur. Bij haar geen personages met gemakkelijke Engelse namen die nu eens in New York wonen, dan weer in Parijs of Hongkong. Bij haar geen internationale reizen, geen bewust onherkenbaar decor waardoor Amerikaanse , Europese en Aziatische lezers zich er makkelijk in kunnen herkennen. Ferrante concentreert zich op een postzegel die ze uitvergroot tot wereldformaat.