Miriam Bunnik

MAANDAG 28 SEPTEMBER 2015

Elena Ferrante en haar nieuwe achternaam

Eindelijk gingen dit jaar de avonturen van Lena en Lila verder. Er ging een jaar voorbij sinds De geniale vriendin van Elena Ferrante abrupt stopte en mij vertwijfeld achterliet. Het bleek het eerste deel van een vierluik (en geen trilogie zoals ik toen dacht), en nu is dan deel 2 verschenen bij de Wereldbibliotheek.

Eigenlijk had ik deel 1 opnieuw moeten lezen, ik was alweer veel vergeten. Gelukkig vond ik achter in het boek een lijst met personages en familiebanden. Wel zo handig, want er komen zo veel mensen en namen in voor dat ik af en toe de weg kwijt raak. Met hier en daar een verwijzing naar belangrijke gebeurtenissen uit het verleden (uit het eerste boek) zat ik er zo weer in. Het verhaal sleept je meteen weer onverbiddelijk mee naar die rauwe wereld van het Napels uit de jaren 60, naar de wereld van die twee meisjes die zo worstelen met hun positie in die maatschappij en hun onderlinge strijd waarmee ze hun identiteit proberen vast te stellen en te beschermen.

 

Het boek gaat verder waar het eerste deel gestopt is: op de bruiloft van Lila. Nu worstelt Lila met haar nieuwe identiteit als getrouwde vrouw, met haar nieuwe achternaam die ze niet graag draagt. Met een man die ze niet meer vertrouwt en niet meer wil. De spanning is meteen hoog, er is meteen van alles aan de hand. Met alle verwikkelingen door het boek heen heeft het verhaal wel iets weg van een ouderwetse soap. Liefde en bedrog, roddels en geweld, rivaliteit en jaloezie. Het komt er allemaal in voor. Met ook in dit boek weer dat almaar groeiende gevoel dat er iets ontzettend mis zal gaan. Dat het wel eens heel fout kan aflopen allemaal. En Lila en Lena die elkaar ondanks alles niet kunnen loslaten. Meer wil ik er niet over kwijt, het zou echt zonde zijn om de verrassende verhaallijnen te verklappen.

 

Lila of Lena?

Ferrante speelt de twee meisjes prachtig tegen elkaar uit. Het hele verhaal lang krijg je als lezer het gevoel dat je een kant wilt kiezen, dat je de twee meisjes wilt helpen. Wie zou je willen zijn? Wie wint de meeste sympathie? Ze hebben het allebei niet makkelijk. Zijn we niet in eerste instantie geneigd ons achter Lila te scharen? Ze is mooi, knap, gedreven, brutaal en alle mannen willen haar. Juist die positie maakt haar leven zo moeilijk. Lena is rustiger, bedachtzamer, minder impulsief. Zij gaat wel studeren, zij klimt op en weet zich los te maken van Napels en de wijk. Veel mensen, ook ik als lezer, hebben respect voor haar, terwijl Lila ook soms mij het bloed onder de nagels vandaan haalt. Maar ook Lena worstelt. Met name met haar eigen gevoel van middelmatigheid. Dat gevoel dat Lila uiteindelijk hoe dan ook beter is. In alles. Soms word ik daar wel een beetje moe van. Kortom: Ferrante speelt op briljante wijze met de gevoelens van de lezer.
Waarschuwing: het verhaal wordt weer op een cruciaal moment afgekapt. Vervolgens moet je een jaar wachten op het volgende deel. Ik weet niet of ik dat kan. Ik ben inmiddels ook gegrepen door de ‘Ferrante fever’, zoals de gekte rondom deze nog altijd mysterieuze schrijfster wordt genoemd. Niemand weet wie ze is, maar haar boeken zijn zo populair, dat men over de hele wereld spreekt van een heuse koorts. Ik zou de rest van het verhaal natuurlijk in het Italiaans kunnen lezen, in Italië zijn alle vier de delen al uit. Laatst vroeg iemand me waarom ik ze eigenlijk in het Nederlands lees. Beroepsmatige interesse, denk ik. Was je nog niet van plan de boeken te lezen, dan raad ik je hierbij met klem aan dat wel te doen. Beide boeken zijn echt prachtig en je leest ze zo weg.

Literair Nederland

De geniale vriendin – Elena Ferrante

10 september 2013

Een verleden dat doorwerkt in het heden met het oog op morgen

Recensie door Huub Bartman

‘Als je nog niet zo lang op de wereld bent, is het moeilijk om te zien welke rampen ten grondslag liggen aan wat wij als ramp ervaren, en misschien heb je er ook geen behoefte aan. In afwachting van morgen bewegen grote mensen zich in een heden waarachter een gisteren ligt of een eergisteren  [….]: aan de rest willen ze niet denken. Kleine kinderen kennen de betekenis van eergisteren niet, en evenmin die van morgen, alles is dit, nu: dit is de straat, dat is de voordeur, dit zijn de trappen, dit is mama, dit is papa, dit is de dag, dit is de nacht. Ik was klein en als het erop aankwam wist mijn pop meer dan ik. Ik praatte tegen haar, zij praatte tegen mij.’

Op een kwade dag wordt Elena gebeld door Rino, de zoon van Lila, haar hartsvriendin uit haar kinds- en puberteitsjaren, met de mededeling dat zijn moeder is verdwenen zonder een spoor achter te laten. ‘Ik was verschrikkelijk boos. Laten we maar eens zien wie dit keer zijn zin krijgt, zei ik bij mezelf. Ik zette de computer aan en begon onze geschiedenis op te schrijven, alles wat ik me ervan herinner, tot in de details.’

Elena en Lila groeien op in de jaren ’50 en ’60 in een Napolitaanse volksbuurt, door Ferrante prachtig beschreven in sfeervolle beelden: de armoede van de jaren ’50 tegenover de eerste verschijnselen van de consumptiemaatschappij in de jaren ’60; de langzaam eroderende Napolitaanse masculine machocultuur gebaseerd op het verdedigen van de eer van de familie; het losbreken uit de verstikkende sociale beslotenheid van de familie en de wijk, het ontluikende zelfbewustzijn van vrouwen. Ferrante slaagt er heel knap in de typisch lokale Napolitaanse werkelijkheid van die tijd te transformeren naar de meer universele werkelijkheid van de jaren ’50 en ’60. Ook voor ons in Nederland is deze heel herkenbaar in de opkomst van de nozems, de rock and roll, de TV en de auto, en de botsing tussen generaties.

Als Lila de pop van Elena weggooit achter het gaas van het souterrain van de in de ogen van de kinderen meest boosaardige man van de wijk, beantwoordt Elena deze gemene streek met het op haar beurt weggooien van de pop van Lila. In plaats van te huilen om het gebeuren, sluiten ze een bondgenootschap en spreken af samen de poppen terug te halen. Dit is het begin van een levenslange vriendschap, waarvan de verhoudingen meteen duidelijk zijn. Beiden zijn voortdurend op zoek naar de grenzen van hun mogelijkheden, waarbij Lila het voortouw neemt en Elena niet aflaat te volgen. Door het verhaal in de ik-vorm te vertellen, is het mogelijk intens mee te leven met de gevoelens van Elena: gevoelens van bewondering voor Lila tegenover eigen minderwaardigheid, gevoelens van wrok en haat tegenover solidariteit en liefde. Elena leeft in voortdurende concurrentie met Lila. Lila is de geniale vriendin van Elena. Lila is wat Elena wil zijn. Beiden trotseren de benepen wereld van hun omgeving door weliswaar ieder hun eigen weg te gaan, maar voortdurend in contact met elkaar. Uiteindelijk blijken zij beiden er niet in te slagen zich hieraan te ontworstelen. Lila treedt in het huwelijk met iemand die haar op haar eigen huwelijksdag al weet te verraden, terwijl Elena beseft dat ook zij niet in staat is te ontsnappen uit de gevangenis van haar achtergrond door zich te voegen naar de conventies van haar omgeving.

Eigenlijk ligt hierin ook de oorsprong van het verhaal. Elena kan niet accepteren dat Lila er uiteindelijk toch in zou slagen zich aan haar omgeving te ontworstelen door te vertrekken zonder een spoor achter te laten.

Elena Ferrante heeft een heerlijk boek geschreven dat leest als een trein. Het biedt een prachtig inkijkje in de geesteswereld van een onzeker pubermeisje in een overgangstijd. Ook compositorisch zit het boek knap in elkaar: het heden dwingt volwassenen tot terugkijken, het verleden werkt door in het heden met het oog op morgen: Elena is woedend omdat Lila alsnog lijkt te slagen waar zij faalde.

De geniale vriendin

Auteur: Elena Ferrante
Vertaald door Marieke van Laake
Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
Aantal pagina’s: 336
Prijs: € 19,90

Hebban

Recensie: Mirjam Burger

Absoluut geen ontkomen aan de ‘Ferrante fever’

door Mirjam Burger 18 augustus 2015

De nieuwe achternaam (2015) is deel twee van het vierluik ‘De Napolitaanse romans’, geschreven door Elena Ferrante, pseudoniem van een Italiaanse romanschrijver die al bijna vijfentwintig jaar weigert in de publiciteit te treden. Ondanks dat is ze de meest geroemde Italiaanse romanschrijver van deze tijd. De nieuwe achternaam is het vervolg op De geniale vriendin (2012), maar is – ondanks enkele verwijzingen naar het vorige deel – ook goed afzonderlijk te lezen.

Het verhaal begint tijdens de lente van 1966 waarin Lila een metalen doos met daarin acht schriften toevertrouwt aan Elena en haar laat zweren er nooit in te kijken. Zodra ze echter haar hielen licht, haalt Elena de schriften tevoorschijn en trekt ze de lezer direct mee in haar verbroken belofte. Ze wroet door de aantekeningen waarin Lila alles en iedereen in de wijk heeft beschreven, waardoor de lezer voor het eerst ook een kijkje vanuit het perspectief van Lila wordt gegund.

Middels Lila’s aantekeningen wordt de draad snel weer opgepakt door Ferrante daar waar ze de lezer in De geniale vriendin in hoogspanning had achtergelaten, namelijk op de trouwdag van de zestienjarige bruid. Lila komt erachter dat degene die ze zojuist haar jawoord heeft gegeven, de rijke kruidenier Stefano Caracci, haar heeft verraden ten opzichte van een van de maffiosi in de wijk. Lila, compromisloos als ze is, keert zich in alle minachting van Stefano af en de metamorfose die Stefano vervolgens door haar afwijzing ondergaat is fascinerend. Er is plots niets meer over van de beheerste, vriendelijke man; hij blijkt de genen van zijn vader, Don Achille, te bezitten. Elena verlooft zich met Antonio, maar eigenlijk meer om ‘op koers’ met Lila te blijven; heimelijk is ze verliefd op de intellectuele, maar onbereikbare Nino.

De invloed van de maffiose Solara-broers blijft wringen in de wijk. Ze zijn door Stefano in zaken betrokken, hetgeen opnieuw spanningen geeft tussen Lila en Stefano. In de wijk, waar armoede de keuzes in het leven beperkt, is het echter soms kiezen tussen twee kwaden. Lila deelt haar nieuw verworven welstand met Elena en projecteert zo haar eigen dromen op haar vriendin. Wanneer Elena naar het gymnasium gaat, koopt Lila de schoolboeken voor haar en laat haar studeren in haar nieuwe appartement. Zo geniet Elena van de luxe en Lila van de kennis. Met een aantal mensen beleven ze een vakantie op het eiland Ischia waarin keuzes worden gemaakt die verstrekkende gevolgen hebben voor hun terugkeer naar de grauwe realiteit in de wijk.

Net als in De geniale vriendin groeien Elena en Lila soms uit elkaar en dan weer naar elkaar toe, maar vinden met niemand anders de balans dan met elkaar. De meisjes leren liefde maar ook hartzeer kennen in dit deel. Het is niet te zeggen wie de sterkere partij is, wie het beste af is, wie de slimste keuzes maakt. In De nieuwe achternaam worden de personages verder uitgewerkt en geïntensiveerd. Alle thema’s, maar vooral liefde en angst, worden verder uitgeplozen, elk onderbuikgevoel wordt benoemd door Ferrante. Het laat op kleine schaal zien hoe de maffia zich wortelt in elke laag van het dagelijks leven en de machtsverhoudingen steeds gecompliceerder maakt, waardoor er nauwelijks te ontsnappen valt aan de ellende en de corruptie. Het is vooral angst die het leven van de twee meisjes domineert; angst om de wijk te verlaten maar ook angst om nooit aan de wijk te ontkomen. Hoewel in romanvorm, maakt het verhaal haarfijn duidelijk dat het slechts enkele mensen lukt om een dergelijk milieu werkelijk te ontgroeien. De ontwikkeling van de meisjes doet de lezer continu reflecteren: wat vormt een mens precies tijdens zijn/haar leven? Wat zijn de belangrijkste keuzes in het leven? Ook De nieuwe achternaam eindigt weer midden in een scène. Het koortsachtig wachten op de Nederlandse vertaling van deel drie is onherroepelijk begonnen; er is geen ontkomen aan de ‘Ferrante fever’…

De Morgen

Ferrante lezen en sterven

ROMAN. Wie gaat er toch schuil achter het pseudoniem Elena Ferrante? Het is een vraag die keer op keer opduikt als het Italiaanse schrijversfenomeen ter sprake komt. De Nederlandse vertaling van het tweede deel van haar Napolitaanse vierluik bewijst alweer dat dat nergens voor nodig is.

Bij de publicatie van haar eerste roman (L’amore molesto) in 1992 koos de vrouw (man?) achter het schrijverspseudoniem Elena Ferrante ervoor onbekend te blijven. Het verhaal gaat dat ze haar uitgever liet weten dat ze genoeg gewerkt had voor het boek door het te schrijven en dat het, als het goed was, zonder promotie ook wel een publiek zou vinden.

 

Hebban

Recensie: Mirjam Burger

De kunst van het vertellen in optima forma

door Mirjam Burger 14 augustus 2015 

De geniale vriendin (2012) is deel één van het vierluik ‘De Napolitaanse romans’, het coming-of-age-verhaal van de vriendinnen Elena en Lila, verteld vanuit het perspectief van de inmiddels bejaarde Elena. Het vierluik is geschreven doorElena Ferrante, het pseudoniem van een Italiaanse romanschrijver, waarvan al bijna vijfentwintig jaar niemand behalve de uitgever weet wie erachter schuilgaat. Ondanks dat mysterie is ze de meest geroemde Italiaanse romanschrijver van deze tijd. De geniale vriendin bracht het tot de longlist van de Europese Literatuurprijs 2014 en verhaalt over de kinder- en pubertijd van de twee hoofdpersonages.

Elena en Lila groeien op in een Napolitaanse volkswijk in de jaren ‘50-’60 van de vorige eeuw. Het is een wijk met masculiene krachten en de frustratie van onderdrukking door een maffiose familie. Een broeierige leefomgeving met een heldere hiërarchie. In deze van geweld doordrenkte omgeving, sluiten Elena en Lila vriendschap op zesjarige leeftijd. Het wordt een levenslange intense en complexe vriendschap.

Beiden begiftigd met een goed stel hersens, fantaseren ze al snel over een toekomst waarin ze ‘de wijk’ achter zich kunnen laten. Dit doel en hun leergierigheid bindt ze, hoewel de meisjes totaal verschillend zijn. Lila is onverschrokken, weigert zich al jong te confirmeren aan de machtsverhoudingen in de wijk. Ze heeft een verbeten gedrevenheid, moet en zal iedereen op elk vlak overtreffen. Elena is dienstbaar, gedisciplineerd en eveneens gedreven, alleen dan door angst. Angst om net zo te worden als haar manke moeder, angst om te mislukken op school. Lila oefent een magische aantrekkingskracht op haar uit; het lukt Elena niet uit haar buurt te blijven, hoe onzeker ze af en toe ook wordt van Lila’s lelijke woorden of suprematie. Lila leidt, Elena volgt. Lila daagt uit, Elena verlegt haar grenzen. Met hun wedijver houden ze elkaar in evenwicht.

Wanneer Lila van haar ouders na de basisschool niet mag doorleren, verandert er veel. Lila leert het schoenmakersvak van haar vader en ziet haar hoop om los te komen van de wijk vervliegen. Streberig als ze is, weet ze echter ook binnen de haar opgelegde grenzen weer te excelleren. Ze projecteert haar initiële dromen op Elena, die wél door mag leren. Elena gaat naar de middenschool en merkt tot haar verrassing dat Lila haar gemakkelijk bijhoudt door boeken uit de bibliotheek te lezen. Hoe meer kennis Elena echter tot zich neemt, hoe verder ze verwijderd raakt van de mensen met wie ze is opgegroeid.

Als Elena en Lila zich transformeren tot jonge vrouwen, beperkt Lila’s magische aantrekkingskracht zich niet meer alleen tot Elena. Iedereen lijkt zich aangetrokken te voelen tot de onvoorspelbare Lila. De verhoudingen in de wijk komen flink op scherp te staan als Lila het huwelijksaanzoek van een van de maffiosi afslaat en dat van de rijke kruidenierszoon Stefano accepteert. Terwijl Elena’s wereld groter wordt, blijft die van Lila hetzelfde. Het lijkt erop dat Lila haar geluk heeft gevonden, zich heeft neergelegd bij haar lot in de wijk, en dat de wegen van de meisjes zich hier zullen scheiden. Maar Lila komt er op haar huwelijksdag achter dat haar kersverse man haar heeft verraden. Met dit onafgeronde plot en de spanning fysiek voelbaar,  laat Ferrante de lezer achter…

Er zijn momenteel vele fantastische Italiaanse schrijvers, maar er kan er slechts één zo geweldig vertellen en dat is Elena Ferrante. Elk personage is minutieus uitgewerkt; zowel het denken als voelen heeft diepgang. De meisjes groeien werkelijk op voor de ogen van de lezer met alle vraagstukken, dilemma’s en tegenstrijdigheden van dien. De gevoelens zijn puur en kwetsbaar verwoord, waardoor het oprechte verdriet en de angst voelbaar is als er afscheid genomen wordt van een bepaalde fase of als er een nieuwe aanbreekt in hun levens. De negen families in ‘de wijk’ worden door Ferrante zó tot leven gewekt, dat je er als lezer aan het eind van het boek vrienden en vijanden bij hebt. De kunst van het vertellen in optima forma!

Hebban

Recensie: Simone Schaeks

Een merkwaardige levenslange vriendschap

door Simone Schaeks 11 augustus 2015

De geniale vriendin van Elena Ferrante is een prachtig verhaal over twee vriendinnen die samen opgroeien in Napels. Ze leren elkaar al vroeg in hun jeugd kennen, doordat ze samen naar dezelfde school gaan en ook in dezelfde buurt wonen.

In het begin van het boek krijg je eerst een uitgebreide uitleg over alle personages die in het boek voorkomen. Dit is ook wel nodig, want er komen een flink aantal families aan bod. Heel fijn dus dat dit even uitgelegd wordt. In het begin had ik soms moeite met ze uit elkaar houden, dus dan is het handig dat je nog even kunt opzoeken wie ook alweer bij welke familie hoort. Elena en Lina, de twee geniale vriendinnen, vertolken de hoofdrollen in dit verhaal.

Elena en Lina groeien samen op in het Italiaanse dorpje Napels. In het begin is hun vriendschap vooral gebaseerd op het feit dat Elena ontzettend tegen Lina opkijkt. Lina is de brutale van de twee. Recht voor de raap en neemt geen blad voor de mond. Dit zorgt er ook regelmatig voor dat het botst tussen de meisjes. Het komt regelmatig voor dat ze elkaar een tijdje niet zien en/of spreken. Toch zoeken ze elkaar altijd weer op. Op de basisschool is Lina de slimste en de beste van de klas. Dit laat ze ook maar al te graag zien. Elena droomt er continue van om net als haar vriendin te zijn.

Later gaat Elena naar de middelbare school. Lina niet. Ze wordt strak gehouden door haar vader, die schoenmaker is, en helpt hem mee in de zaak. Samen met haar broer Rino droomt ze er van om ooit eigen schoenen te ontwerpen. Dit moet wel stiekem gebeuren, want hun pa is hier fel op tegen. Ondertussen leert Elena dag en nacht, zodat ze de beste op school kan zijn. De rollen zijn nu omgedraaid en Elena wordt de slimste van de twee. Op zestienjarige leeftijd verlooft Lina zich met een winkelier en heeft ondanks haar gebrek aan scholing toch ineens alles dat haar hartje begeert. Mooie kleding, geld en een geweldige man.

Het verhaal zelf eindigt met een flinke cliffhanger. Die zag ik niet aankomen. Na onderzoek kwam ik er achter dat dit het eerste deel van een trilogie is. Ik ben dus erg benieuwd naar het volgende deel.

de Groene Amsterdammer

Mysterie uit Italië

Marja Pruis leest…

… altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Hier doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: Elena Ferrante.

Elena Ferrante, De verborgen dochter (2006). Wereldbibliotheek 2008, vertaald uit het Italiaans door Els van der Pluijm

 

Ik kan niet wachten tot de nieuwe Paris Review er is, want er is een interview aangekondigd met Elena Ferrante. Elena Ferrante! De Italiaanse schrijfster van …. en nu kan ik schrijven: de grote Napolitaanse romans, en doen alsof ik alles al gelezen heb, maar voor een groot deel is haar werk voor mij nog een belofte, de roman waarmee ze beroemd werd, Dagen van verlating ken ik bijvoorbeeld niet, maar wát ik van haar heb gelezen is zo exceptioneel dat je weet: deze blijft. Gisteravond ben ik begonnen De verborgen dochter te herlezen, en vanochtend las ik het uit, weer even verbaasd en een tikkeltje ontregeld als ik was toen ik het voor het eerst las. Het is het verhaal van de 47-jarige Leda, wetenschapster uit Florence, gespecialiseerd in Engelse letterkunde, die in haar eentje vakantie viert aan zee, aan de Ionische kust. Ze leest en schrijft wat, zwemt en zont, en kijkt naar de andere strandgangers. Haar aandacht wordt vooral getrokken door een grote Napolitaanse familie, van wie ze zo’n beetje alle onderlinge betrekkingen probeert te raden. De aanblik van de jongste moeder in het gezelschap, die een symbiotische relatie lijkt te hebben met haar dochtertje, brengt bij haar een gedachtestroom op gang over haar eigen moederschap. Haar beide volwassen dochters zijn nog maar net bij hun vader in Toronto gaan wonen, ze heeft per telefoon af en toe contact met ze.

In luttele bladzijden trekt Ferrante het beeld op van een rusteloze vrouw alleen, die terugkijkt op haar leven, de fouten die ze heeft gemaakt, de dromen die ze koesterde. Ze kijkt naar de moeder en haar dochtertje, dat op haar beurt het eindeloze getuttel met een kind naspeelt met haar pop. Wat ik me nog van de eerste lezing herinnerde, treft me nu weer: de details waarmee Ferrante de omringende natuur oproept, het dennenbos dat grenst aan het strand, de zee, ‘een tot aan de horizon rimpelloos, doorschijnend blad papier’, krachten die altijd het vijandige in zich schuil lijken te houden. Het mooie fruit op tafel blijkt aan de onderkant verrot, ’s nachts voelt ze opeens een groot glanzende insect naast zich op het hoofdkussen, in het bos valt een dennenappel pijnlijk op haar rug, in zee zou zomaar een kind kunnen verdwijnen, in de pop huist een worm.

Het verontrustende van De verborgen dochter is de genadeloosheid waarmee de vrouw zichzelf bekijkt, haar ambiguïteit ten aanzien van het moederschap, het verlangen te willen verdwijnen en tegelijkertijd het besef dat er al niet meer zoveel van haarzelf over is. ‘Wij zijn verplicht om van kleins af aan allerlei rare dingen te doen omdat we denken dat die essentieel zijn,’ merkt iemand in het voorbijgaan op. De verborgen dochter gaat over het onmogelijke verlangen te ontsnappen aan die ‘rare dingen’.  Leda lijkt zo gecontroleerd, maar is dat toch niet voldoende om het niet te kunnen laten om iets van haar pijn te willen botvieren op de jonge moeder en haar kind.

En nu dat wachten op het interview. Zouden de interviewers haar ook echt gesproken hebben, of is het een gesprek via de mail geworden? Ik denk het laatste, ik hóóp het zelfs, want dan is de schrijfster haar principe trouw gebleven dat boeken, eenmaal geschreven, hun auteurs niet nodig hebben. Een auteur die publiciteit accepteert, schreef ze in een essay, heeft tenminste in theorie geaccepteerd  dat zijn hele persoon, met al zijn ervaringen en gevoelens te koop wordt aangeboden samen met zijn boek. In Italië wordt sinds haar debuut druk gespeculeerd wie ze is, is ze de vrouw van …, is ze eigenlijk die en die man… Op elenaferrante.com staat een voorproefje van het interview, door Sandro en Sandra Ferri (bestaan die?), eerste vraag: Wanneer is volgens u een boek publicabel? Antwoord: ‘Als het een verhaal vertelt dat ik, onbewust, lang heb weggeduwd, omdat ik dacht dat ik het niet kon vertellen, omdat het vertellen me ongemakkelijk maakte.’ Ongemakkelijke constatering in De verloren dochter: ‘Banden doorsnijden en gewichtloosheid voelen is geen zegen, het is wreed, voor jezelf en anderen.’

de Groene Amsterdammer

De boekloze schrijver

We kennen hun gezichten beter dan hun boektitels, die hooguit opstapjes zijn naar de schijnwerpers. Nog even en schrijvers hebben geen boeken meer nodig. Tegelijkertijd blijven er ook die hardnekkig het isolement zoeken. Over de spagaat van het schrijversego.

door Christiaan Weijts

beeld Gabriël Kousbroek

Verschijnen er nog boeken zonder auteursfoto? Laatst had ik er eentje in handen: De geniale vriendin van de Italiaanse Elena Ferrante, die al een stuk of tien romans schreef, zonder dat iemand weet hoe ze eruitziet. Ferrante koos vurig voor haar onzichtbaarheid. Voor ze debuteerde schreef ze haar uit­gever: ‘Ik geloof dat boeken, als ze geschreven zijn, hun auteurs niet meer nodig hebben. Als ze wat te zeggen hebben, zullen ze vroeg of laat lezers vinden. Als ze niets te zeggen hebben, dan niet.’

Het leest toch anders, zo’n boek zonder hoofd. Zo moet er gelezen zijn in de tijd van Huygens, John Donne of Rousseau. Stemmen zonder lichaam. Hooguit had je een strenge gravure. Multatuli en face met snor. Couperus met gesoigneerd puntbaardje. Wisten lezers hoe Du Perron, Ter Braak en Marsman eruitzagen?

Pas met Jan Cremer – pontificaal voorop – veranderde het echt. De decennia erna was de Nederlandse literatuur een wereld van gezichten. De woeste haardos van Wolkers, de neus van Mulisch, het piekhaar van Palmen. Elke naam riep automatisch een gezicht op. En, niet te vergeten, een werk. Turks fruit, De aanslag en De wetten. De naam, het gezicht, de titel: dat was de vertrouwde drie-eenheid.

Vrij recent is de volgende, bijna onvermijdelijke stap gezet: die waarin je wel een gezicht kent, maar geen titel. Wat schreef Nico Dijkshoorn ook al weer? Noem twee titels van Bart Chabot. Wat schreef Johan Fretz? Anton Dautzenberg? Denk ook aan Akyol Özcan (‘de nieuwe Jan Cremer’), die we vooral als tv-gast kennen: DWDD, Pauw Witteman, Brands met boeken, 24 uur met…, EénVandaag, en zelfs bij Taarten van Abel is hij opgedoken.

Ferrante zegt dat boeken geen auteurs meer nodig hebben. De tijdgeest zegt dat auteurs geen boeken meer nodig hebben.

In dezelfde brief aan haar uitgever schreef Ferrante in 1991: ‘Een auteur die publiciteit accepteert, heeft tenminste in theorie geaccepteerd dat zijn hele persoon, met al zijn ervaringen en gevoelens ter verkoop wordt aangeboden samen met zijn boek. En dat doe ik niet. (…) Bovendien, is het niet zo dat promotie duur is? Ik zal de minst kostbare auteur van de uitgeverij zijn. Ik bespaar u zelfs mijn aanwezigheid.’

(Ja, ik dacht ook meteen aan een maskerade van Arnon Grunberg, maar die debuteerde pas drie jaar later.) Het fotoloze boek bracht me aan het twijfelen. Is Ferrante nu buitengewoon moedig of juist hopeloos naïef?

De aandachtverschuiving van het boek naar de maker is niet los te zien van allerlei ontwikkelingen – de televisie, de ontlezing, het ego-tijdperk, de digitalisering, de beeldcultuur, enzovoort – maar er is ook domweg een nog plattere oorzaak, die samenhangt met de veranderde beroepspraktijk van de schrijver.

Dat schrijvers relatief weinig van zich laten horen in al het krakeel rond de zakelijke malaise in het boekenvak is niet alleen omdat ze geen snars van economie begrijpen, maar ook omdat de boekverkoop in hun bedrijf vrijwel altijd een bijzaak is. Van velletjes papier volschrijven is het beroep van schrijver veranderd in een onder­neming die lezingen houdt, in jury’s en discussieforums zit, columns en andere stukken aan bladen levert, en als het even kan bij tv- en radio-talkshows aanzit, of in elk geval op festivals een aansprekende act heeft die hem ervan verzekert opnieuw gevraagd te worden.

Afgezien van een handjevol bestsellerschrijvers ken ik geen enkele schrijver die van z’n boekverkoop kan leven. Die royalty’s vormen met wat geluk het equivalent van wat bij normale mensen het vakantiegeld is – wat de uitgevers stilzwijgend onderstrepen door het geld in mei over te maken. Al die activiteiten buiten het schrijven om waren in het tijdperk van de auteursfoto bijzaak, ‘neveninkomsten’ die wat extraatjes opleverden waar je, inderdaad, van met vakantie kon. Nu vormt de offspin van de schrijverij het hoofd­inkomen. In vrijwel elke schrijverscarrière doet de paradox zich voor dat wat de auteur zelf als het kapitale hart van zijn onderneming beschouwt – het boek – volgens zijn jaarbalans slechts het bijproduct is.

Dat blijft niet zonder gevolgen. In zo’n omgekeerde wereld is het logisch en onvermijdelijk dat de boekenindustrie vroeg of laat schrijvers voortbrengt die de stap van het bijproduct liever overslaan. Ze zijn schrijvers zonder boek, artiesten zonder oeuvre, wandelende auteursfoto’s die geen kaften meer nodig hebben om hun ding te doen. Ze acteren het schrijverschap.

In zijn Albert Verweylezing in 2011 signaleerde P.F. Thomése al dat er zoveel acteurs als schrijver optreden: ‘Niemand vertolkt een auteur beter dan iemand met een gedegen toneelopleiding. De hele brave middenmoot van onze vaderlandse letterkunde lijkt ermee ver­geven. Ik denk aan theatergeschoolde publiekslievelingen als Japin, Launspach, Nasr of hoe ze ook mogen heten, en ook aan een multiculti-clown als het vergaderproduct Abdolah met zijn geraffineerde Iraanse straattoneel.’

Het nieuwe boek is een sollicitatiebrief naar een plekje aan een studiotafel

Volstrekt titelloos zal een schrijverschap niet zijn, maar voor wie de schrijversrol overtuigend ‘neerzet’, blijkt het in de praktijk afdoende om eens in de zoveel jaar een flinterdun geschriftje af te scheiden dat het vliegwiel draaiende houdt. Zo’n boek is een noodzakelijk kwaad, een hinderlijke formaliteit op het pad naar de roem. Het is een administratief moetje dat het toegangskaartje levert naar waar het werkelijk om draait: een sociale identiteit in kroegen, kranten­interviews, talkshows, op boekpresentaties en natuurlijk het boekenbal, kortom, de hele literaire jetset – een woord dat bij de veronderstelde leden ervan alleen maar de lachlust kan wekken, maar waar schoolklassen vol neerlandici in spe van dromen.

Het nieuwe boek is een sollicitatiebrief naar een plekje aan een studiotafel. Schrijf over Badr, de pedopartij of de vrouw van Dutroux, en klep maar raak. Overal slingeren die sollicitaties-in-boekvorm rond. Akyol Özcan kwam met een bundeltje voetbalwijsheden rond het WK. Als de pepernoten straks weer in de schappen liggen, lanceert Robert Vuijsje een kinderboek over zwarte piet, geschreven om overal als deskundoloog aan te kunnen schuiven op het inmiddels rituele pietendebat.

Een geval apart is dat van Anton Dautzenberg, die dit type schrijverschap tot een geheel eigen kunst heeft verheven. Zijn literaire programma bestaat uit een reeks opzetjes, die een inmiddels wat ingesleten stramien volgen: waar kan ik het nette, ontvlambare publiek het hardst mee treiteren? Hoe kan ik dit het snelst in de reflex van de morele verontwaardiging laten schieten? Lid worden van de pedopartij, Tonio van der Heijden afzeiken, met Diederik Stapel langs de theaters gaan… Zou hij Volkert van der Graaf al gebeld hebben om samen een dichtbundel te maken? Bij Dautzenberg is het eigenlijke kunstwerk niet het gedrukte proza, maar de reeks performances in de publieke ruimte, waarmee hij het moderne media-schrijverschap haast lijkt te persifleren.

Wie tienduizend woorden achter elkaar kan tikken, mag zich beschikbaar stellen als oproep­intellectueel. De core business van de literatuur is kwebbelen op krukken, het literaire equivalent van de voetbalbobo die, door camera’s opgewacht, in een opzichtige auto komt voorrijden, het raampje omlaag schuift en erop los leutert.

En dan zijn we verbaasd als de lezer het voor gezien houdt, en de boekenbranche in crisis is.

En toch: je kunt het auteurs toch niet kwalijk nemen dat ze meedoen in het mediagewoel. Het zou onzinnig zijn om ze allemaal te dwingen om bij Salinger in z’n hutje te kruipen.

Het probleem is dat een boek het steeds moeilijker heeft om potentiële liefhebbers ervan te bereiken. ‘Als ze wat te zeggen hebben zullen ze vroeg of laat lezers vinden.’ Zeg dat maar tegen al die andere Elena Ferrantes die dat ook dachten en van wie de complete oplagen door de papiermolen zijn gegaan en die geen nieuw contract kregen.

Ook boeken die een klein publiek beogen lopen niet uit zichzelf naar hun lezers toe. Iemand moet die op hun bestaan attenderen, en als Elena Ferrante het niet wil, zal haar uitgever het doen, zoals die ook deed. Je zou zelfs malicieus kunnen denken dat die mysterieuze anonimiteit juist een commercieel opzetje is. Elke bespreking van haar boeken begint ermee, en in Italië zijn ze nog altijd niet klaar met het gezelschapsspelletje om haar werkelijke identiteit te achterhalen: zou het niet Domenico Starnone kunnen zijn?

Aristide von Bienefeldt vertelde me eens dat zijn eerste boek in 2002 ‘het best goed gedaan had’, ook omdat er speculaties waren dat hij een nieuw alter ego van Arnon Grunberg zou zijn.

Wie de happy few wil bereiken, wende zich tot de menigte. Elke schrijver in het media­tijdperk krijgt op de een of andere manier met dat dilemma te maken. Ook Gerard Reve, die de idio­tie van de tv-publiciteit zo’n beetje heeft uitgevonden. In Op weg naar het einde (1963, zonder auteursfoto) staat deze bekentenis: ‘Lange tijd heb ik in ernst gedacht, dat ik me meer onder de mensen moest vertonen, eigen publiciteit beter verzorgen, dat ik moest zorgen veel­besproken te blijven. Waarachtig, ik was er in alle ernst van overtuigd, dat ik roem wilde oogsten en me daarin koesteren. Nu pas weet ik, dat dit niet zo is, en dat ik eigenlijk iets heel anders wil.’ Namelijk: ‘een fatsoenlijke ambachtsman’ zijn. ‘Veel, zeer veel is niets dan schijn geweest en pas nu, op de drempel van wat misschien een nieuw leven gaat worden, zie ik dit eindelijk in.’

Lang beklijven deed dit inzicht niet. Want juist na deze openbaring is Reve de televisie nog gretiger gaan opzoeken en uitbuiten, culminerend in De Grote Gerard Reve Show uit 1974.

Maar bij Reve en zijn tijdgenoten wás er tenminste nog een dilemma. Publiek en auteur hadden hetzelfde belang: ze wilden dat er goede boeken kwamen, en de clownsnummers op tv, die namen ze voor lief. Nu dreigt de radicale omkering: auteur en publiek nemen de boeken voor lief. Voorlopig nog eventjes wel.

Ciao tutti

De nieuwe achternaam – Elena Ferrante

De Napolitaanse Elena Ferrante is een mysterieuze schrijfster. Niet alleen omdat we eigenlijk niet precies weten wie ze is, maar ook omdat ze je vanaf de eerste pagina van haar boeken zonder pardon meesleurt naar een andere wereld. Ze weet je te betoveren met haar hoofdpersonen, haar rake zinnen en haar unieke beschrijving van een bijzondere vriendschap. Dankzij Ferrante krijg je geen genoeg van een Napolitaanse achterbuurt, waar je tijdens een bezoek aan Napels liever niet verzeild zou raken.

Elena-Ferrante

‘Ik geloof dat boeken, als ze geschreven zijn, hun auteurs niet meer nodig hebben. Als ze wat te zeggen hebben, zullen ze vroeg of laat lezers vinden,’ aldus Ferrante. Daar moeten we het mee doen, meer informatie over haar is nauwelijks te vinden.

Zonde, want als je haar boeken leest word je ook nieuwsgierig naar de schrijfster. Is zij dezelfde als Lenù, zoals Elena in het Napolitaanse dialect wordt genoemd? Of lijkt ze meer op Lila? Komt ze zelf ook uit Napels en dook ze net als Elena graag in een boek? We zullen het waarschijnlijk nooit weten…

Hoe weinig mededeelzaam Ferrante over haar eigen leven is, zo uitgebreid beschrijft ze de vriendschap tussen Lila en Elena. We maakten kennis met het tweetal in De geniale vriendin, dat je meeneemt naar de kindertijd van de vriendinnen.

Continue reading